De beroepspraktijk van nu stelt hoge eisen aan zangers en theatermakers. Verschillende disciplines, zoals theater, muziek, zang en dans worden meer en meer vermengd in een en dezelfde voorstelling. De Academie voor Muziek- en Musicaltheater leidt jou op tot zanger/acteur of danser/zanger/acteur met kwaliteiten op een authentiek en solistisch niveau. Het karakter van je stem, je bewegingsaanleg, je talent en je persoonlijkheid bepalen in welk genre je gaat werken: Klassiek Muziektheater, Musicaltheater of Modern Muziektheater.
Wie de afstudeerronde Muziektheater of Muziektheater Klassiek wil gaan volgen moet drie auditierondes doorlopen. Eerste ronde (samen met Musicaltheater) voor zang en dans: De auditant zingt 1 ballad en 1 uptempo, waarvan één in de moedertaal. Het repertoire komt bij voorkeur uit het musical- of muziektheatergebied. Er is een pianist aanwezig, maar men mag eigen begeleiding meenemen. Kandidaten voor Muziektheater Klassiek zingen 2 aria’s of liederen in twee verschillende talen. Tijdens de eerste ronde word je ook uitgebreid op dans getest. Tweede ronde: Zang (dezelfde stukken, mocht men geen aantekening hebben gehad), een monoloog uit het bestaand theaterrepertoire (geen cabaret), en een aanvullende danstest. Daarnaast is er een test op het gebied van solfège en algemene muziekleer. Zie hier een link naar de theorie-eisen. Derde ronde: Werksessie, waar in groepslessen wordt gekeken naar het drama-niveau, en er wordt eventueel nog individueel getest op zang. Na positieve beoordeling volgt een algemeen medisch onderzoek door de aan de Academie voor Muziek- en Musicaltheater verbonden sportarts. Tevens dient een door een KNO-arts uitgevoerde specifieke stemtest te worden overgelegd. Het aantal auditanten ligt rond de 300, waarvan er uiteindelijk 10 per uitstroomprofiel worden aangenomen.